Stopwoorden

Stopwoorden

Stopwoorden

Taalweetje: Opvulwoorden zorgen ervoor dat de gevoelswaarde van de zin wordt bepaald. Bij onnodig gebruik kan het gebruik van deze woorden als storend worden ervaren en verliezen hun effect. Dan worden ze stopwoorden genoemd.

Iedereen heeft stopwoorden en ik heb er ook een aantal. Tijdens het herschijven kwam ik er nog meer tegen en begon ik me steeds meer te ergeren aan deze woorden. Ctrl f met het stopwoord was de manier om de stopwoorden allemaal te verwijderen. Dat is wat ik dacht, maar bladzijde na bladzijde hetzelfde woord zien, maakte me bijna blind voor het woord.

Het is veel meer dan het verwijderen van het stopwoord. Soms moest ik een alinea lezen om de zinnen te herschrijven om op die manier het stopwoord te verwijderen. Het is een proces waar je de tijd voor moet nemen en iets wat ik had onderschat. ‘Even’ een woord verwijderen of veranderen, was niet even. Wat ook komt omdat het woord dan zo’n driehonderd keer voorkwam. Ik kon gerust anderhalf uur bezig zijn met het verwijderen van een stopwoord. Ik had uiteindelijk een lijst met zo’n twintig woorden waar ik mij aan irriteerde. Reken maar uit. Dat komt neer op bijna een volle werkweek!

Stopwoorden aanpassen is niet iets wat je tussendoor doet. En ik raad je af om een stopwoord allemaal achter elkaar te verwijderen. Dan zie je niet wat je ervan moet maken. Wat soms moet het stopwoord wel blijven staan, omdat de zin anders niet meer goed loopt.

Wat is dan wel de juiste manier? Ik heb het nog niet gevonden. Het beste kan je ze bladzijde voor bladzijde markeren en dan herschrijven. Dat kost nog meer tijd, maar zorgt er wel voor dat je het met meer aandacht doet dan een stopwoord allemaal achter elkaar proberen te veranderen.

Hiernaast ben ik er ook heel goed in om verwijswoorden verkeerd te gebruiken. Iets wat vaak voorkomt. In de haast en omdat jij, als schrijver, helemaal in je verhaal zit, lijken verwijswoorden heel erg logisch. Dit zijn ze vaak niet. Dat is het voordeel van het boek regelmatig wegleggen en later opnieuw beginnen. Dan vraag ik me vaak af, waar het naar verwijst. Ik heb het niet alleen met die of deze, maar vaak genoeg stond er ‘hij’. En dan dacht ik: het is een gesprek tussen Wander en Stef. Verwijst deze ‘hij’ nu naar Wander of naar Stef? Heel onduidelijk!

Een andere onduidelijkheid wat ik heb geleerd van het herschrijven van De Buitenman was het gebruik van tijd. Verleden tijd, tegenwoordige tijd of onvoltooid verleden tijd. Als er personages in je boek dood gaan of al zijn overleden, dan ‘waren ze…’ of ‘zouden ze zijn gegaan…’. Dat is ook iets waar ik over kan vallen. Gelukkig ben ik me hier al bewuster van en let ik daar al goed op tijdens het (her)schrijven.

Hieronder een lijst met de stopwoorden. Herken jij ze?
Maar
toch (of een combinatie: maar toch)
misschien
verschil tussen verwachten en hopen
ergens
risicovol
de situatie
nog
anders
vreemd / gek / raar
wel
nu
even

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *